zaterdag 9 oktober 2021

Wensen vervullen: “Mijn verpleegkundig hart juicht”


Haar blauwe lippen verraden hoe ziek ze is. Ze is opgenomen in ons ziekenhuis. De diagnose luidt: terminaal hartfalen. De pompfunctie van haar hart is met de jaren verslechterd en de achteruitgang is in de afgelopen weken op stoom. Een belangrijke klep in haar hart is kapot. Opereren kan niet meer. Ze krijgt zuurstof en medicijnen om het vocht dat haar lichaam vasthoudt te verminderen. Ze wordt steeds benauwder. Haar nierfunctie gaat achteruit. Ze kan nauwelijks nog uit bed komen.

Sterven waar het leven volop aanwezig is
Terminaal ziek betekent in dit geval dat de dood binnen enkele weken bij haar zal zijn. Het slechte nieuws neemt ze rustig tot zich. Zij is niet verrast. Teleurgesteld is ze wel. Ze houdt van het leven, haar gezin en hun woning. De bloeiende bloemen in de voortuin. De vogels, kippen en konijnen in de achtertuin. Ze woont in het huis waar zij ruim 60 jaar geleden geboren werd. In het leven dat volgde stond voor haar vast: ‘de enige manier waarop ik mijn huis verlaat is tussen zes planken'. Thuis sterven, een wens die velen hebben.

Ik wens iedereen thuis sterven toe. Daar waar je je veilig voelt. Waar het leven volop aanwezig is. Met warme en professionele ondersteuning van wijkverpleging, vrijwilligers en huisarts. Thuis sterven is prachtig, maar helaas niet altijd haalbaar.

Haar wens is zijn nachtmerrie
De cardioloog vraagt mij om in gesprek te gaan met de vrouw en haar familie. Om samen over haar laatste levensfase te spreken. Het blijkt dat haar wens om thuis te sterven de nachtmerrie van haar partner is. Hij had het graag willen doen: zorgen voor zijn vrouw in hun laatste tijd samen. Maar hij is bang om het niet goed te doen. Onzeker over mogelijke klachten, zoals benauwdheid en pijn. Het levert hem slapeloze nachten op.

De vrouw kent haar man al langer dan vandaag. Hun karakters samen maken hen compleet. Hij onrustig en impulsief. Zij rustig en weloverwogen. Vol liefde voor elkaar. Ze vullen elkaar aan. Ze leren van elkaar. Al hun hele leven lang. Zij snapt wel dat haar wens, zijn angst aanwakkert.

We spreken over een alternatief: de laatste levensfase in het hospice doorbrengen. Een bijna-thuis-huis. Het woord zegt het al. Niet thuis, wel een huiselijk gevoel. Hier kan zij de beperkte tijd samen in rust met haar gezin doorbrengen.

De wens achter de wens
Ik vertel hen over overplaatsing vanuit het ziekenhuis naar een hospice. Het hoeft niet te betekenen dat zij nooit meer in haar zo geliefde woning zal kunnen zijn. Afscheid nemen van deze voor haar bijzondere plek is mogelijk. Nog één keer naar huis. Nog één keer de bloeiende bloemen zien. Nog één keer naar de vogels, kippen en konijnen. Het raakt haar. De tranen vloeien rijkelijk. Niet zozeer thuis sterven, maar afscheid nemen van haar geliefde woonomgeving is voor haar belangrijk. Dáár blijkt de kern van haar wens te zitten.

We melden de vrouw aan bij het hospice. Er is nog geen plek voor haar. Ze wordt op de wachtlijst geplaatst. Ze zal ze nog een tijdje in ons ziekenhuis moeten verblijven. Maar we weten ook dat de tijd dringt.

Dit zijn de lichtpunten
We nemen contact op met de wensambulance, Kunnen zij helpen met de wens van de vrouw? Ja. Binnen een uur is het geregeld. Mijn verpleegkundig hart juicht. Dit is waar we het voor doen. Met alle ellende die we dagelijks zien, zijn dit de lichtpunten. Een wens uit laten komen.

Afscheid nemen
De volgende dag is het zover. Ze straalt ondanks haar zichtbare lichamelijke ongemak. Betrokken vrijwilligers van de wensambulance halen haar op met een brancard. Daar gaat ze. Samen met haar man op weg naar één van de waardevolste dagen uit hun leven. Op naar huis. Naar haar kinderen, die haar opwachten in wat ook hun ouderlijk huis is. Naar haar tuin, de vogels, kippen en konijnen. Afscheid nemen.